Limburgse handbaldagen logo

DE TOEKOMST VAN DE LHD: AFL. 3: DE TEAMS

De Limburgse Handbal Dagen (LHD) bestaan dit jaar 30 jaar. Ondanks de euforie van het bereiken van deze mijlpaal, zijn er ook grote zorgen over de toekomst. In deze serie ‘LHD 2.0’ belichten we de dilemma’s waarmee de organisatie worstelt aan de hand van de resultaten van een grote publieksenquête, waarin 500 toeschouwers hun mening gaven over zaken als de keuze van de teams en de hal, de sfeer en het prijsbeleid.

 

Vandaag afl. 3: De ploegen.

 

In de vorige aflevering van deze serie schreven we het al: de belangrijkste reden om naar de hal te komen is voor vrijwel alle geënquêteerden (ruim 90 procent) de komst van aansprekende teams.

Vanaf de eerste editie in 1988, toen het machtige Mai Moskou de Limburg Cup veroverde, werd de toon gezet. Sterke ploegen van achter het IJzeren Gordijn en uit de beste Scandinavische competities kwamen jaar na jaar naar Limburg. Het is een illuster - en verre van compleet- rijtje finalisten: ASK Minsk (Belarus), Viking Stavanger (Noorwegen), US Ivry (Frankrijk), SKIF Krasnodar (Rusland), Paris Saint Germain (Frankrijk), Vive Kielce (Polen), TuS Nettelstedt (Duitsland) en Runar Sandefjord (Noorwegen). Dat die ploegen gehaald konden worden vergde hard netwerken, soms wat geluk en af en toe wat smokkelwaar. Een toernooi met Oostblok-deelnemers was destijds hoogst zeldzaam. Er zijn verhalen bekend van geheime diensten die erop toezagen dat alle sporters na het toernooi ook weer in de bus naar huis stapten en niet in het Westen bleven hangen. Er was immers nog geen verenigd Europa, laat staan vrij verkeer van mensen en goederen. En dat vergeten veel LHD-supporters van tegenwoordig nog wel eens: er was in Europa niks op het gebied van internationale toernooien, competities of uitwisselingen.

 

Voor zichzelf respecterende handbalclubs was de LHD dus een unieke kans om zich te meten met de top van Europa. In Limburg waren Sittardia en V&L destijds nationale top. Maar ze mochten meestal de veters van hun buitenlandse opponenten nog niet strikken. Ja, Sittardia won in 1989 en verloor de finale in 1997. In de jaren daartussen speelden de Limburgse deelnemers vooral om plek 5. Het duurt tot 2010 voordat een Limburgse ploeg het toernooi wint. Het was ook de perceptie van het publiek: de buitenlandse ploegen móésten wel een maat groter zijn, want dat waren de publiekstrekkers. Andersom geredeneerd: als een Limburgse ploeg ver komt, is de rest van het deelnemersveld per definitie te zwak en dus verkeerd gekozen.

 

Men wil dus aansprekende teams. Maar wat is dan precies de definitie van een “aansprekend team”? Moet dit een team zijn uit een bepaald land? Moet de ploeg tot de top van de (inter)nationale ranglijst behoren? Meer exotische ploegen? Juist meer vanuit België of Nederland? In de enquête geeft zo’n 60 procent aan dat de lat hoog moet liggen: ploegen van middelmatig (Europees) niveau mogen wat hen betreft thuis blijven.

 

Natuurlijk richt de LHD-organisatie haar pijlen al decennialang op de (Europese) topploegen. Maar rond de eeuwwisseling professionaliseert de Europese handbalsport in rap tempo. Diverse buitenlandse competities krijgen sportieve en financiële injecties. Nederland blijft daarbij overigens flink achter. En daar ontstaan gelijk de eerste problemen voor de LHD. De organisatie wil graag toppers uit Duitsland, Denemarken en Zweden strikken. Maar die nationale bonden hebben de speelkalender dusdanig uitgebreid dat ook de periode tussen Kerst en Oudjaar nu speeldagen worden. In Noorwegen wordt bijvoorbeeld standaard de bekerfinale rond de kerstdagen gespeeld. Teams weten dus pas heel laat of ze überhaupt beschikbaar kunnen zijn. In Frankrijk heeft de spelersbond jaren geleden al afgedwongen dat de handballers op deze data verplicht vrijgesteld moeten worden van clubverplichtingen. Niet handballen dus. Het verklaart de afwezigheid van deelnemers uit vooraanstaande handballanden. En het verklaart ook de discussie over de speeldata van de LHD. Maar verschuiven naar, -bijvoorbeeld- de zomerperiode kent ook haken en ogen. Daarover in een van de volgende afleveringen meer.

 

Terug naar de komst van topploegen. De afgelopen jaren voer de organisatie wel bij de vele contacten kris-kras door Europa. Her en der bevinden zich ambassadeurs in de vorm van clubbestuurders of trainers die de LHD als een meerwaarde zien. Niet voor niets is bijvoorbeeld coach Gunnar Blomback al zo’n tien keer aanwezig geweest met de club die hij op dat moment traint. Vaak moet een coach zijn spelers in ruil voor het missen van de feestdagen een andere bonus in het vooruitzicht stellen, zoals extra vrije dagen. En nog een factor: een hoop topteams van vroeger bestaan niet meer of spelen inmiddels op een bedroevend niveau. Meest markante voorbeeld: Viking Stavanger, dat inmiddels uitkomt op het derde niveau van Noorwegen. En zo kunnen er steeds meer strepen door interessante ploegen.

 

Er zijn ook genoeg teams die zich elk jaar spontaan aanbieden. Maar door de gewenste geografische spreiding en het feit dat je niet telkens dezelfde ploegen wil halen, wordt vanuit Limburg de boot dikwijls afgehouden. Daarentegen zijn sommige gewenste ploegen ook hartstikke duur geworden en daardoor onhaalbaar. En bovendien: als je slechts 1 ploeg zou kunnen strikken uit pak ‘m beet de Bundesliga, al is het een laagvlieger, dan nog gooit -ie de rest van de opponenten waarschijnlijk van het parket, omdat het niveauverschil met de rest te groot is. Van de andere kant: de enquête leert dat het publiek gewoon goed handbal wil zien en ze prijsschieten -tot op zekere hoogte- voor lief neemt.

 

Ook in Limburg is er het nodige veranderd. In de Westelijke Mijnstreek zijn de drie “Traditionsvereine” opgegaan in de Limburg Lions. Na jaren van sportieve malaise behoort de regio opeens weer tot de nationale top. Ook op de Handbaldagen doet Lions inmiddels geregeld mee om de prijzen. Voor de critici is dit een dogma en hét bewijs dat de line-up met het jaar slechter wordt. Maar de realiteit is een stuk genuanceerder: niet de andere teams zijn slechter geworden, maar Lions is verhoudingsgewijs sterker geworden en doet internationaal gewoon beter mee. Nog een facet dat meespeelt in die perceptie: we zijn anno nu dermate mobiel geworden dat we gemakkelijker topploegen in het buitenland bezoeken of op tv/internet bekijken. Het Limburgse publiek is dus ook wel een beetje verwend, zeker nu Lions in de Europa Cup (en straks de Champions League) óók topploegen naar Sittard-Geleen trekt.

 

Laten we eens objectief kijken naar de line-ups van de afgelopen jaren. Met Benfica en Porto (Portugal), Polva Serviti (Estland), Banja Luka (Bosnië), Dynamo Astrachan (Rusland) en Zaporozhye (Oekraïne) heb je stuk voor stuk Europese toppers te pakken. Het argument van de dalende kwaliteit van de ploegen lijkt dus ook een beetje tussen de oren van de die-hard LHD-fans te zitten.

 

Toch snapt ook de organisatie wel dat deze ploegen gevoelsmatig minder aanspreken dan het grote Barcelona en Paris Saint Germain. En ook de plaats op de ranglijst zegt lang niet alles. Zo was afgelopen seizoen de recordkampioen van Litouwen te gast op de LHD, maar Tenax Dobele bleek zo’n beetje de zwakste ploeg sinds jaren. De aansprekendheid zit ‘m vaak ook in andere dingen. Zo mag u weten dat de organisatie verwoede pogingen heeft gedaan om de Franse club van Luc Steins (Tremblay) naar Limburg te halen.

 

Ondanks dat deze ploeg niet tot de nationale top van Frankrijk behoort, is het toch een publiekstrekker van formaat. Gelet op de vakbondsregeling in dat land is dat echter onmogelijk gebleken. En daarmee is ook de nieuwe ploeg van Joris Baart niet beschikbaar gebleken.

 

Feit blijft dat de visvijver van de technische commissie door alle eerder genoemde redenen de afgelopen jaren wel fors kleiner is geworden. De grote vissen in die vijver zijn al eens gevangen. En die wil je natuurlijk ook niet elk jaar weer opnieuw binnenhengelen. Deze ontwikkeling baart de LHD-organisatie behoorlijk zorgen. Immers, geen ploegen, geen toernooi. Het tij keren lijkt onmogelijk en dus ligt hier een principiële keuze om op dezelfde voet verder te gaan of door middel van bijvoorbeeld een datumwissel te kiezen voor een speelmoment waarop ook de ‘grote jongens’ haalbaarder worden.

 

Of is er wellicht simpelweg geen ruimte meer voor een groot internationaal vriendschappelijk toernooi tussen alle Europese cupwedstrijden? Feit is dat de LHD nu minder speciaal is dan toen het IJzeren Gordijn nog kilometers hoog was opgetrokken. De vraag over het bestaansrecht is geen prettige om te stellen, maar de organisatie loopt ook niet weg voor een mogelijke conclusie.

 

Een jubileumeditie komt er sowieso komende decembermaand. Gelukkig is men al een heel eind met het deelnemersveld. We kunnen nog niet veel verklappen, maar het ziet er vooralsnog buitengewoon goed uit. We willen de lat hoog leggen en denken ook aan ploegen die in het verleden furore maakten op de LHD (en nog steeds top zijn).

 

Aansprekende ploegen, daar draait het dus om. En de term aansprekend zegt niet per definitie iets over de plaats op de ranglijst. Het kan ook duiden op een team met Limburgse spelers, een frivole speelstijl of de verwachting dat een bepaald team veel extra publiek trekt. In dat kader zou je verwachten dat bijvoorbeeld een Belgische topclub garant staat voor veel extra fans, maar de praktijk heeft uitgewezen dat dit doorgaans niet zo is.

 

En daarnaast is er ook discussie over de zogenoemden ‘exoten’ op de LHD: ploegen uit verre oorden, onbekende handballanden of teams met een aparte speelstijl. Het niveau is vaak wisselend, toch is er jarenlang aan vastgehouden. Die diversiteit had de LHD altijd als één van de kernwaarden: een toernooi waar verschillende stijlen elkaar ontmoeten. Toch blijkt uit de enquête dat de meeste bezoekers hier niet heel veel waarde aan hechten: ze willen gewoon ‘leuk’ handbal zien. De afgelopen jaren zijn er geregeld landenteams ingevlogen, zoals afgelopen jaar bijvoorbeeld de nationale ploegen van Zuid-Korea en Iran. Van de respondenten geeft 40 procent aan dat men het liefst clubteams ziet, maar volgens 60 procent is een mix tussen club- en landenteams prima. We nemen dit mee in ons achterhoofd.

 

Volgende week weer een nieuwe aflevering, dan staan we stil bij het thema ´de keuze van de sporthal´.

 

Marcel Penders
Pers & PR LHD

Reacties zijn altijd welkom! Laat je reactie hier achter of stuur een persoonlijk bericht. Mailen kan ook: pers@lhd.nl.

Terug naar het nieuwsoverzicht